Het fenomeen kinderkoor

  1. Het kinderkoor in historisch perspektief
  2. Typen kinderkoren
  3. Maatschappelijke positie
Het kinderkoor in historisch perspektief

Er zijn maar weinig kinderkoren die kunnen bogen op een historie die verder teruggaat dan zo’n 70 jaar. Een uitzondering vormen wellicht de echte koorscholen, instituten die meestal de opleiding van koorjongens verzorgen ten behoeve van de liturgie.

We weten dat al er al heel vroeg, zeker ten tijde van de Grieken en Romeinen, een relatie
bestond tussen onderwijs aan kinderen en de godsdienstbeoefening. Vooral vanuit de Joodse traditie heeft de zangpraktijk via de synagogen in de katholieke kerk haar weg gevonden. Deze koppeling aan de eredienst is op enkele plaatsen tot op de dag van vandaag gecontinueerd. In de maatschappij van toen waren het vooral de jongens die een belangrijke plaats innamen in deze zangpraktijk. We mogen rustig stellen dat dit zo is gebleven tot de twintigste eeuw. 

Uit de zangboeken en sacramentaria [1] weten we dat zangscholen al in de zesde eeuw, ten tijde van Gregorius de Grote, bestonden. Het is niet toevallig dat juist bij déze kerkleider een kentering te bespeuren valt in de kerkmuzikale praktijk. Tot aan het jaar 313 immers, het Edict van Milaan, was de geloofsgemeenschap gedwongen ondergronds de liturgie te vieren. Het is vrij aannemelijk dat ook de zang niet het triomfantelijke karakter had, dat we in later eeuwen terugvinden in de kerkmuziek.

Aanvankelijk waren de centra waar gezongen werd en onderwijs gegeven, te vinden in de kloosters. Later werd het steeds meer een zaak van de steden, die in hun kathedraal ook de zang goed tot haar recht wilden laten komen. Bij deze kathedralen ontstonden koren of liever koortjes, die tot taak hadden de diensten op te luisteren. Vaak waren hier jongens actief. 

Was het al op jonge leeftijd beginnen met het van buiten leren van de gregoriaanse gezangen aanvankelijk het geval bij gebrek aan geschreven bronnen, later waren de hoge jongensstemmen onmisbaar. Na de intrede van de meerstemmigheid waren zij als superius of cantus nodig voor het zingen van motetten. De vele omzwervingen van grote componisten en zangers doen vermoeden dat er toentertijd een koorklimaat heerste, wat enigszins vergelijkbaar is met het huidige betaalde voetbal. [2] Niet zelden werden koorleiders gelokt naar een andere stad door een aantrekkelijk salaris te bieden. Van Orlandus Lassus is zelfs bekend dat hij werd ontvoerd vanwege zijn uitzonderlijk mooie stem, en dat maar liefst drie keer [3].

Dat deze koorjongens geen gemakkelijk leventje leidden, blijkt uit het dagrooster van die tijd.

23.00 uur: Opstaan
00.00 uur: Metten
02.00 uur: Slapen
04.30 uur: Opstaan
05.00 uur: Laudes, Prime, Kloostermis en Conventsmis
07.00 uur: Schoolonderricht
09.00 uur: Terts en hooqmis
11.00 uur: Sext, middagmaal en siësta
15.00 uur: None, onderricht en avondmaal
18.00 uur: Vespers en Completen
18.30 uur: Naar bed

Een rooster dat in onze tijd voor kleine kinderen beslist niet meer acceptabel is!

Wie goed gelezen heeft, telt zes uur onderricht. Dat was beslist noodzakelijk om in de loop der jaren alle gezangen uit het hoofd te kunnen leren en de jongens de nodige vorming te bieden die voor het latere “echte” kloosterleven noodzakelijk was.
Het is zeer opvallend dat met name in Engeland, waarschijnlijk door de “splendid isolation”, zowel in geografisch als in kerkelijk opzicht, de koorschooltraditie zich tot op de dag van vandaag heeft weten te verzekeren van een maatschappelijk draagvlak. Uiteraard zijn ook daar moeilijke tijden geweest en in een aantal koorscholen nog steeds. [4] 

Het is interessant om eens te kijken naar een voorbeeld van een dagorde van de koorjongens van nu. Hieronder een schema van de St.Pauls Cathedral in Londen.[5] Deze jongens verzorgen buiten de concerten en radio-opnamen negen diensten per week in de kathedraal, waarvoor in totaal negen uur wordt gerepeteerd!

08.00 uur: Opstaan, bed opmaken en ontbijt
08.45 uur: Koorrepetitie
09.45 uur: School, sport en vrije tijd
15.30 uur: lnzingen
16.00 uur: Evensong
17.00 uur: Schoolorkestrepetitie, muziektheorie of vrije tijd
17.45 uur: Thee
18.30 uur: Huiswerk maken
19.30 uur: Kleintjes naar bed
20.30 uur: Oudere jongens naar bed

Alhoewel niet zo spartaans als ten tijde van Karel de Grote, mag dit er toch beslist zijn in deze tijd. Een uitgebreidere beschrijving van de historie zou hier te ver voeren, maar het is wel goed voor een beter begrip van de huidige situatie om enig inzicht in de voorgeschiedenis te hebben. 

In ons land komt ook voor de kinderkoren een duidelijke kentering tijdens de zestiger jaren. De stijgende welvaart, de liberalisering en modernisering van de katholieke kerk veroorzaken een enorme omwenteling. De vanzelfsprekendheid van het zingen op school en in de kerk, is de wordt vanaf dat moment minder om nagenoeg helemaal te verdwijnen  in de 21e eeuw. De samenleving is veelkleuriger geworden, heeft
veel nieuwe culturele invloeden ondergaan en is sterker gericht op en bepaald door de media. Bovendien wordt de samenleving sterker dan voorheen geregeerd door een no-nonsense instelling, waarbij alles wordt vertaald in een economische waarde, waardoor het financieel rendement voorop is komen te staan.

Deze veranderingen brachten de behoefte aan nieuwe vormen, nieuwe inhoud en nieuwe instellingen met zich mee. In vroeger tijden draaide een koor in Nederland grotendeels op gunsten die werden verleend door kennissen van koorleden en bestuur. Een koor was in die tijd ingebed in een circuit van sociale contacten (nu eerder aangeduid als ‘netwerken’) en was daar ook sterk van afhankelijk. We hebben daaraan een veelzeggende uitdrukking overgehouden: ‘liefdewerk oud-papier’. 

In de huidige tijd kan dat nauwelijks meer. Het fenomeen kinderkoor is daardoor in navolging van de andere sectoren van de koorwereld naar de marge van het maatschappelijk gebeuren gemanoeuvreerd. Om dit tij te keren wordt er de laatste decennia door een kleine groep pioniers gezocht naar nieuwe creatieve benaderingen van de kinderkoorwereld. Precies zoals na de economische malaise en de daarop volgende massaontslagen en fabriekssluitingen een nieuwe weg werd ingeslagen door op de percelen van gesloopte leegstaande fabrieksgebouwen uit het begin van de twintigste eeuw nieuwe kleine, wendbare bedrijfjes te starten, zo moest ook de koorwereld een
antwoord vinden om weer een rol van betekenis te kunnen gaan spelen in het brandpunt
van de samenleving.

De diversiteit van kinderkoren is inmiddels sterk toegenomen. Naast de kerkelijke kinderkoren van toen zijn er nu de wereldkinderkoren, concertkoren en vrijetijdskinderkoren.

Voetnoten

1 In de oude koorboeken is in het voorwoord soms melding gemaakt van het bestaan van een schola cantorum.
Ook in een sacramentarium van Gregorius de Grote komt zo’n een vermelding voor. Een sacramentarium is een boek
waarin staat aangegeven hoe de eredienst dient te worden ingericht en wat er aan teksten in voor kan komen.
2 Een interessant boek met een boeiende beschrijving over deze praktijken is het werk “Een motet voor de
kardinaal” van Theun de Vries.
3 Lees voor meer informatie Music in the Renaissance van Gustave Reese vanaf bladzijde 390.
4 Dit rooster werd mij aangereikt door Monseigneur Doctorandus J.Valkestijn, de rector cantus van de SI.Bavo te
Haarlem.
5 Met name in de na-oorlogse periode zijn enkele koren weer tot grote bloei gekomen, en hebben hun opleiding
weer in ere hersteld. Een goed voorbeeld hiervan is het SI.John’s College Choir uit Cambridge, dat in 1954 weer een
internaat en aparte school aan het koor heeft verbonden.
6 Ook deze dagorde is ontleend aan de informatie van Monseigneur Doctorandus J.Valkestijn.

Typen kinderkoren

Het type kinderkoor is doorgaans te herkennen aan de doelstelling. Er zijn neutrale en kerkelijke kinderkoren. Het kenmerk van neutrale kinderkoren is, dat zij zelfstandig zijn, of onderdeel van een muziekschool of volwassenen koor. Ze zijn niet gebonden aan een godsdienst of levensovertuiging. Ongeveer de helft van alle Nederlandse kinderkoren is neutraal. Hierbij horen ook de nog bestaande schoolkoren. Deze kinderkoren zijn dan meteen gebonden aan de pedagogische en didactische uitgangspunten van de school. Kerkelijke kinderkoren zijn doorgaans rooms-katholiek of protestants-christelijk.

De belangrijkste kinderkoortypen zijn:

De Koorschool/Zangschool
Deze kinderkoren bieden een opleiding aan die leidt tot een koorlidmaatschap. Dit betekent dat kinderen ‘en passant’ in hun kinderkoortijd ook leren notenlezen (meestal ‘van blad zingen’ genoemd) en dat zij tevens de basisbeginselen van de muziektheorie spelenderwijs kunnen oppikken. Door de gelaagde structuur van opleidingsklassen, opleidingskoren en concertkoren, blijft er voor de kinderen een voortdurende uitdaging. De meest ideale situatie is die, waarin kinderen in hun eigen tempo vaardigheden kunnen trainen en tegelijk in groepsverband koorzang beoefenen. Vaak beschikken deze scholen over een uitgebreid team van specialisten en zijn zij onderdeel van een netwerk.

Het Concertkoor
Kinderkoren die zich expliciet richten op het verzorgen van concerten behoren tot het
‘concertkoortype’. Zij zijn in eerste instantie louter gericht op het eindproduct: het bereiken van goede muzikale resultaten. De manier waarop die resultaten worden behaald, in dan minder leidend.

Het Schoolkoor
Op basisscholen komt het in enkele gevallen voor dat er een apart aanbod is voor kinderkoor. Vaak werken deze kinderkoren op projectbasis (bijvoorbeeld eind groep 8 de slotmusical of kerst).

Het kerkkoor/cantorij
Nederland kent nog steeds redelijk wat kinderkoren die verbonden zijn aan een kerk. Deze kinderkoren of kindercantorijen zingen een of meerdere keren per maand tijdens een dienst. In feit gaat het in de meeste gevallen om een vorm van ‘concertkoor, Immers het doel is het optreden tijdens de dienst.

Het Vrijetijdskinderkoor
Het kinderkoor dat niet verbonden is aan kerk of school en zich ten doel stelt om de kinderen op een plezierige manier te vermaken met het zelf zingen is een kinderkoor van het ‘vrijetijdstype ·.

De maatschappelijke positie van kinderkoren

Koorzang is na het voetbal de meest voorkomende vorm van vrijetijdsbesteding. Dat dit zo is, zegt echter nog niet zo heel veel over de positie die de koorzang inneemt in de maatschappij. Bij het voetbal is een constante aanwezigheid van een rolmodel: het betaalde voetbal op de televisie. Koorzang is nauwelijks zichtbaar op televisie. Koorzang lijkt meer voor de actieve beoefenaar. Een tweede grote verschil is de professionaliteit. Er zijn slechts enkele beroepskoren in ons land, zoals bijvoorbeeld het Nederlands Kamerkoor en het Groot Omroepkoor. 

De beroepsgroep van koordirigenten is klein. Heel veel koren worden geleid door goedwillende amateurdirigenten. Als we kijken naar de kinderkoorwereld, dan zien we dat de situatie daar nog schrijnender is: een rolmodel is er nauwelijks en als het al eens op televisie te zien is, gaat het in bijna alle gevallen om entertainment. De beroepsgroep van professionele kinderkoordirigenten is nog kleiner, want er staan  weinig afgestudeerde koordirigenten voor een kinderkoor. Dit lijkt een vicieuze cirkel: weinig beroepsdirigenten voor kinderkoren, daarom blijft de kwaliteit achter, zodoende is er weinig kans op veel goede voorbeelden, waardoor er geen maatschappelijke aandacht komt, waardoor de middelen ontbreken om een beroepsdirigent aan te stellen.

De 21e eeuw wordt de eeuw van de kinderkoren als kleine ondernemingen. Niet dat dit direct zal leiden tot shirt-reclame of andere vreemde capriolen om geldgevers of commerciële doelen te plezieren. Nee, kinderkoren worden zelfstandige instituten die het recht van het kind op opvoeding, op muzikale opvoeding, serieus nemen. Instituten die kinderen een ‘c’ van een ‘d’ leren onderscheiden: die kinderen leren zelfstandig met muziek en de muziektheorie om te gaan.

De kansen voor de huidige kinderkoren liggen dan ook bij de educatie. Daarin kunnen ze zich onderscheiden. Ouders en kinderen zullen het waarderen als een  kinderkoor aanwezig talent ontwikkelt. De unieke combinatie met een uitvoeringspraktijk van concerten, waarbij het procesgerichte leren een directe toepassing krijgt in het productgerichte optreden is een bijzonder sterk punt van een kinderkoor.