Het belang van een goede repertoirekeuze

Nadenken over repertoire begint met de doelen van een kinderkoor: wat wil ik bereiken, wat is onze taak.

1. Wat voor soort koor wil ik hebben en vooral hoe wil ik dat mensen naar het koor kijken? Het antwoord zal ook conclusies moeten bevatten over het uiteindelijke prestatieniveau van het koor (aan wat voor soort podium denk ik: de professionele setting of verpleegtehuizen en interne optredens) en in de gewenste richting waarin het koor zich zou moeten ontwikkelen (religieus of niet-religieus, muzikaal, opera, a capella concerten, grote producties met orkest, enz.)
2. Je ontwikkelen tot een goed koor is een abstract iets. Het wordt enkel grijpbaar door de verschillende werken of liederen die het koor zingt op weg naar de toekomst. Elk werk moet een nieuwe uitdaging bieden en telkens net iets moeilijker dan het vorige. Repertoire is een springplanken. Elk stuk dat ik voor het koor kies, moet leiden naar het niveau van uitvoering dat ik uiteindelijk heb gekozen, moet het koor iets dichter bij het doel brengen
3. Dat is waar het publiek om de hoek komt kijken: elk optreden moet op een bepaalde manier aantrekkelijk zijn voor het publiek. Repertoire kiezen betekent ook vanuit dat oogpunt naar de muziek kijken!

Er kan dan ook geen andere conclusie zijn dan dat repertoire een van de belangrijkste aandachtspunten moet voor kinderkoren. De af te leggen weg kan worden vertaald in muziek ervaren, muziek uitvoeren en muziek leren. De facto zal er in kinderkoren altijd sprake zijn van ‘leren’. Kinderen zijn in een leeftijd dat ze permanent leren. Dat is ook zo in de muziek, waar het gaat om het ontwikkelen van vaardigheden en kennis in het algemeen en over vocale muziek in het bijzonder. Ik denk dat gezegd mag worden: geen optreden zonder muziek te ervaren, geen leren zonder optreden en muziek ervaren. Maar het begint allemaal met ervaring!

De ontwikkeling tijdens de kindertijd is duidelijk: een klein kind heeft korte en gemakkelijke liedjes nodig om muziek te ervaren door te zingen en te spelen. Vanaf een bepaalde leeftijd (6/7) zal er belangstelling ontstaan voor zang op zich en alle theoretische aspecten van muziek. Het begint altijd met beleving: het zingen zelf. Ik durf te zeggen dat elke theorie moet beginnen met zingen en naar zingen moet leiden! Theorie op deze leeftijd mag geen doel in zichzelf zijn, het moet in dienst staan van de praktijk van het zingen in het koor.

Een van de problemen is dat de meeste nieuwe koren meteen moeten optreden, hoewel de kinderen tijd nodig hebben om te leren. Daarom moet repertoire in het begin beide bieden: beleving voor de kinderen waardoor ze leren én overdracht naar het publiek.

Kunst of entertainment?

De vraag doet vermoeden dat er een oordeel zal volgen. Niets is minder waar. Voor mij is de keuze eenvoudig geweest. Ik heb gezien dat door de toegenomen aanwezigheid van muziek om ons heen en het pluggen van commercieel aantrekkelijke muziek op radio en TV onze kinderen minder kans hebben om met kunstmuziek in aanraking te komen. Waar zouden ze ermee in contact kunnen komen? Normaal gesproken via de ouders, maar de nieuwe generaties hebben zelf die beperking deels of helemaal ondergaan. 

Of je nu kiest voor kunst of entertainment: het is altijd zo dat het gekozen repertoire de gekozen richting zal moeten ondersteunen. Het goed uitvoeren van muziek is in alle stijlen een hele klus voor kinderen die nog in een leer- en groeiproces zitten. Overdaad schaadt en misschien geldt ook hier de regel van Goethe: “In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister.”

 

Meer weten over repertoire?

Registreer je op deze site en profiteer van achtergrondinformatie, gratis repertoire en modellen.